Het loslaten van de lesmethode

Voor wie taallessen geeft of krijgt, zijn er op de markt ontelbare methodes. Voor alle niveaus en alle behoeften. Wil iemand een taal leren voor in zijn vrije tijd, op vakantie, of juist met zakelijke doeleinden? Daar zijn methodes voor! Heeft iemand Frans op school gelijk laten vallen na een jaar vol trauma’s, of heeft iemand juist een geweldige talenknobbel en wil zich graag in de subjonctif en accord du participe verdiepen? Voor beide is een methode! Eentje die door slimme mensen is gemaakt, die verstand hebben van hun vak. Eerlijk gezegd is een methode voor de trainer heel fijn, want alle onderwerpen komen aan bod, aangevuld met opdrachten om de theorie te leren toepassen.

En toch…

Na jaren methodes gebruikt te hebben, ben ik ervan afgestapt. Geleidelijk. Eerst hoofdstukken overslaan, dan methodes combineren, aanvullen, knippen, plakken. Tot ik op een dag zonder methode verscheen. De methodes volgen gaf geen voldoening. Ik miste de dynamiek in de lessen en zocht een manier om beter bij de leerstrategie, leertempo, interesses, behoeften en aanleg van de cursisten aan te sluiten. Want uiteindelijk is iedere cursist anders.

Verschillende behoeftes

Iemand met een groot gevoel voor wiskunde neemt beter grammaticaregels tot zich wanneer die als  ‘formules’ worden gepresenteerd. Een cursist die sterk auditief ingesteld is, leert beter van liedjes en voorgelezen teksten. Terwijl een ander juist veel beweging nodig heeft, en door het lopen naar het bord en zelf schrijven zich de stof beter eigen maakt. Sommige mensen zijn heel introvert. Zij moeten zich op hun gemak voelen, wachten af en schrijven alles op. Anderen praten makkelijk, doen actief mee maar raken hun pen nooit aan. Soms is er behoefte aan extra oefenen met hoofdzinnen of bijzinnen, dan weer aan woordenschat. Zo loopt de les regelmatig anders dan verwacht.

Communiceren staat voorop

Training geven aan volwassenen heeft als voordeel dat het kleinschalige groepstrainingen of  individuele lessen zijn. Dat verschaft de trainer een zekere vrijheid en geeft hem of haar de mogelijkheid zich volledig te concentreren op de cursist(en). Daarbij kan de training volledig gericht zijn op het communiceren, want daar is een taal voor. Het is een middel om gedachten te uiten en met anderen die gedachten uit te wisselen. Een taal moet gebruikt worden, niet statisch in een boek met mooie theorie blijven staan.

In de praktijk

Is in de les bewegwijzering behandeld, krijgt men de opdracht zijn navigatiesysteem op Frans in te stellen. Hebben we het over lichamelijke kenmerken? Doen we het spelletje ‘wie ben ik?’. Voordat Fransen op werkbezoek komen, oefenen we met de rondleiding. En wanneer in Frankrijk een nieuwe president wordt gekozen, debatteren we tijdens de les. Dit allemaal aangevuld met de nodige theorie. Want dan pas komt de vraag: ‘hoe zeg ik dat in het verleden?’ en beseft men waarom het verschil tussen passé composé en imparfait zo belangrijk is.

Deze ‘niet-methode’ vergt veel voorbereiding, creativiteit, parate kennis en flexibiliteit, maar de resultaten en het enthousiasme zijn de grootste beloning!

Over de auteur

Hélène Robinet is taaltrainer Frans bij Language Partners. Daarnaast is zij ook schrijfster en beëdigd vertaler. Als trainer streeft ze ernaar dat elke cursist, ongeacht zijn of haar achtergrond, aanleg en leerstrategie, het beste uit zichzelf haalt.

Reacties

  1. Leuke column Hélène,

Laat wat van je horen

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.