De tussen-n ontrafeld

Een van de kwesties waar mensen het onzekerst over zijn, betreft maar één lettertje: de tussen-n. In woorden die uit meerdere delen bestaan, is soms een tussenklank hoorbaar. Die spreken we uit als ‘uh’, en schrijven we als -e- of -en-. Over de regels daarvan is al heel lang discussie, wat de onzekerheid voor veel mensen alleen maar vergroot. Tijd om eens uit te leggen hoe het zit.

We beginnen met een miniquiz:

In welk rijtje hieronder zijn de woorden juist gespeld? En vooral: waarom is dat het juiste antwoord?
a. hondehok, secondewijzer, zonnebril, schattebout, vorstedom
b. hondenhok, secondenwijzer, zonnenbril, schattenbout, vorstendom
c. hondehok, secondenwijzer, zonnebril, schattenbout, vorstedom
d. hondenhok, secondewijzer, zonnebril, schattebout, vorstendom

Voor ik tot het juiste antwoord kom, wil ik eerst wat vertellen over de geschiedenis van de tussen-n en de huidige regels.

Noodzakelijk meervoud

Tussen 1954 (toen het eerste Groene Boekje verscheen) en 1995 (toen dat werd herzien) was de hoofdregel dat de tussenklank in samenstellingen als –e– werd geschreven. De –en– was juist als het linkerdeel van het woord noodzakelijk de gedachte aan een meervoud opriep (boekenkast), maar ook als dat naar een persoon (niet zijnde een specifieke vrouw) verwees. Dat leidde tot pereboom (geen noodzakelijk meervoud) naast perentaart (wel een noodzakelijk meervoud) en heldendaad (een persoon, maar geen specifieke vrouw) naast Koninginnedag (wel een specifieke vrouw). Het was een ingewikkelde regel, met ingewikkelde uitzonderingen. Toen in 1994 besloten werd tot herziening van de spelling, greep men die kans aan om hier verandering in te brengen. Er werden nieuwe regels opgesteld, die op veel weerstand stuitten, maar die grotendeels toch nog steeds gelden. En eerlijk gezegd: ik kan er zelf een stuk beter mee uit te voeten dan met de oude regels. Maar hoe luiden de regels dan nu?

Samenstelling en afleiding

Sinds het Groene Boekje van 1995 is niet de betekenis, maar de vorm van woorden doorslaggevend voor het schrijven van –e– of –en-. In de meeste gevallen dan. Om de juiste spelling te bepalen, moet je allereerst weten of je te maken hebt met een samenstelling of een afleiding. Een samenstelling is een woord dat bestaat uit twee of meer woorden die ook als los woord kunnen voorkomen. Zo is kamerdeur samengesteld uit kamer en deur. Een afleiding is een woord waarvan ten minste één deel niet (in die betekenis) als zelfstandig woord kan voorkomen. Zo is groenig afgeleid van groen door er het achtervoegsel –ig achter te plaatsen, en is dragelijk een afleiding van het werkwoord dragen met het achtervoegsel –lijk. Zowel in samenstellingen als in afleiding kan een tussenklank ontstaan, die het woord makkelijker uit te spreken maakt. Maar niet makkelijker te spellen.

Tussen-n in samenstellingen

Voor samenstellingen is de hoofdregel dat je –en– schrijft als het linkerdeel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is met alleen een meervoud op –en, anders schrijf je alleen een –e– als tussenklank. Dat leidt tot pannenkoek (want pan heeft als enige meervoudsvorm pannen) en gedachtegang (want gedachte heeft twee meervoudsvormen: gedachten en gedachtes). Deze regel leidt bijvoorbeeld ook tot knarsetanden (want knarsen is een werkwoord), hogeschool (want hoog is een bijvoeglijk naamwoord) en rijstevla (want rijst heeft geen meervoudsvorm).

Uitzonderingen

Op de hoofdregel zijn drie uitzonderingen:
1. Als het linkerdeel van de samenstelling Onze-Lieve-Vrouw, zon, maan of hel is, komt er geen tussen-n: Onze-Lieve-Vrouwekerk, zonneschijn, maneschijn, hellevuur. Overigens valt ook Koninginnedag in deze categorie, maar dat wordt sinds we een koning hebben niet veel meer gebruikt. Bij deze uitzondering gaat het nog wel om betekenis: de woorden zijn ‘in de gegeven context’ uniek.
2. Als het linkerdeel een versterkende betekenis heeft en het geheel een bijvoeglijk naamwoord is, schrijf je een –e-: beresterk, boordevol, reuzeleuk.
3. Soms zijn de delen waaruit een woord is samengesteld niet meer te herkennen, of is een woord eigenlijk helemaal geen samenstelling. In deze categorie vallen bijvoorbeeld bruidegom, petekind en ruggespraak.

Tussen-n in afleidingen

Bij afleidingen is de situatie eenvoudiger: daarin schrijf je eigenlijk altijd –e-: redelijk, kosteloos. Als het linkerdeel van het woord al op een n eindigt, blijft die staan: wezenloos, openlijk. Bij samenstellingen die eindigen op –achtig, –dom of –schap worden de regels voor samenstellingen toegepast. Juist zijn dus sterrendom (want het meervoud van ster is sterren), heideachtig (want heide heeft twee meervoudsvormen) en lenteachtig (want lente heeft alleen een meervoud op –es).

Oplossing

Even terug naar de vraag waar we mee begonnen: het goede antwoord is natuurlijk d. Hondenhok en secondewijzer volgen de hoofdregel voor de tussen-n in samenstellingen, zonnebril valt onder de eerste uitzonderingsregel en schattebout onder de derde. Vorstendom ten slotte is een afleiding met het achtervoegsel –dom, en volgt dus de hoofdregel voor samenstellingen.

Nog meer weten over de tussen-n en andere taalvalkuilen? Kijk dan eens naar onze
Van Dale Taaltraining Correct Nederlands.

Over de auteur

AleidAleid van de Vooren werkt als NT1-trainer voor Language Partners. Aleids missie is om mensen efficiënter te leren schrijven, zodat ze in minder tijd betere teksten kunnen maken.

Laat wat van je horen

*