En, mag daar een komma voor?

Leestekens zijn voor veel mensen een groot struikelblok. De punt en het vraagteken leveren uiteraard niet zo veel problemen op, maar de komma wel. Die gebruiken we ook in heel veel verschillende situaties, en bovendien zijn er een paar hardnekkige misverstanden als het om die komma gaat. Eén ervan bespreek ik in dit blog: de ‘regel’ dat er nooit een komma voor en mag staan.

Als het in een training over leestekens gaat, komt de komma voor en eigenlijk altijd vanzelf ter sprake. Soms als vraag van een cursist, maar vaker als met grote stelligheid verkondigde regel – door een cursist welteverstaan. Veel mensen hebben op school geleerd (of denken dat te hebben geleerd) dat er voor en nooit een komma mag staan. Die regel is op zijn minst veel te absoluut; als het om taal gaat (en dus niet om spelling) zijn er weinig dingen die ‘nooit’ mogen. Maar hoe zit het dan wel?

Pauze

De meeste adviesboeken en -sites adviseren om een komma te gebruiken waar je bij het voorlezen van de zin een korte pauze laat vallen of van toonhoogte verandert. Dat zijn natuurlijke rustpunten in een zin, die vragen om een komma. Zo’n pauze valt vaak tussen een hoofdzin en een bijzin die begint met een voegwoord: ‘Het verkeer in Nederland was op 11 december behoorlijk ontregeld, doordat er een dik pak sneeuw viel.’ Het gaat dan vooral om voegwoorden als want, omdat, doordat, terwijl, hoewel, tenzij, enz. Voor de voegwoorden dat, of en om komt meestal geen komma: ‘We willen de gesprekken zo indelen dat iedereen deze maand aan de beurt komt.’ Ook bij en past meestal geen komma: ‘De accountmanager haalde haar target en kreeg daarom een flinke bonus.’ Maar daar zijn uitzonderingen op. Om dat toe te lichten, haal ik meestal een zin aan uit het boekje ‘Kikker is een held’ van Max Velthuijs: ‘Ze vierden het weerzien met Rat en Kikker was de held.’ Daar is weinig uitleg bij nodig; ik heb nog nooit cursisten meegemaakt die niet vonden dat ‘Ze vierden het weerzien met Rat, en Kikker was de held’ duidelijker is.

Opsommingen

Komma’s gebruiken we uiteraard ook in opsommingen: ‘Wij hebben vestigingen in Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Leiden.’ Hier luidt het algemene advies: gebruik geen komma voor en, als dat het laatste deel van de opsomming inluidt. Maar ook hier zijn uitzonderingen op mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan de volgende opsomming: ‘Wij helpen u bij de registratie van inkomsten en uitgaven, debiteuren en crediteuren en reserves.’ Ook hier ligt het voor de hand om voor dat laatste en een komma te plaatsen.

Bijstelling

Daarnaast zijn er nog wat obscuurdere gevallen als ‘Bij het gesprek waren ook de wijkagent, de heer Yildiz en de burgemeester aanwezig.’ Deze zin gaat over drie personen: de wijkagent, een zekere heer Yildiz en de burgemeester. Met komma voor en zijn het nog maar twee mensen: ‘Bij het gesprek waren ook de wijkagent, de heer Yildiz, en de burgemeester aanwezig.’ Over de wijkagent wordt nu gezegd dat hij ‘de heer Yildiz’ heet.

Structuur

Een komma voor en kan dus prima, als daardoor de structuur van de zin duidelijker wordt. Voor wie dat toch niet mooi vindt, kan herformuleren van de zin soms uitkomst bieden. Opsommingen kunnen vaak ook onder elkaar geplaatst worden.

Aleid van de Vooren - trainer Nederlands

Over de auteur

Aleid van de Vooren werkt als NT1-trainer voor Language Partners. Aleids missie is om mensen efficiënter te leren schrijven, zodat ze in minder tijd betere teksten kunnen maken.

Laat wat van je horen

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.